Digitaal tijdschrift  >  De biologische klok

De biologische klok

DE BIOLOGISCHE KLOK ……….. OM REKENING MEE TE HOUDEN

Het menselijk leven speelt zich momenteel af in een tweestrijd. Enerzijds zien we een enorme ontwikkeling op allerlei gebied. De mogelijkheden lijken onbegrensd. Het begrip “maakbaarheid” is helemaal ingeburgerd. Het suggereert dat de mens alles naar zijn hand kan zetten. Tegelijkertijd wordt voorbijgegaan aan biologische behoeften. Biologische behoeften kennen bepaalde ritmen waaraan niet ongestraft voorbij kan worden gegaan. De meest bekende stoornis is de “Jetlag”. Hoewel deze stoornis van het natuurlijke ritme, gepaard gaat met duidelijke verschijnselen, haalt men over het algemeen de schouders erover op. Dit ondanks het feit, dat de symptomen van het verstoorde ritme soms weken lang kunnen duren.

Onze economie houdt op geen enkele wijze rekening met biologische ritmen. Dit wordt zichtbaar binnen de werkomstandigheden, maar ook voor wat betreft de vrijetijdsbesteding. Helaas wordt dit gegeven eveneens binnen de moderne, reguliere geneeskunde verwaarloosd. Het wordt al gauw afgedaan met “onwetenschappelijk”. De wetenschap echter, zoals wij die kennen, blijkt slechts een denkmodel te zijn en steeds meer gaat het lijken op een illusie. Een illusie omdat vaak blijkt, dat wat als uitkomst wordt verwacht, vooral gewenst, ook in het eindresultaat wordt teruggevonden. Geen wonder dus, dat wetenschappelijke onderzoeken elkaar regelmatig blijken tegen te spreken. De kennis van de bioritmen bovendien, kan niet als onwetenschappelijk worden afgedaan. Deze vindt namelijk zijn oorsprong in de biologie wat aangeeft dat er een logica (logie) schuilgaat in de kennis over leven (bio). Slechts een beperkte groepering in onze samenleving, probeert voor iedereen te bepalen, wat voor logica (wetenschap) mag doorgaan en wat niet. Het liefste worden die ideeën ook nog geëxporteerd naar andere werelddelen.

Ritmen onderscheiden we in die welke ons van binnenuit trachten te sturen en ritmen die van buiten op ons inwerken. Veel van deze twee soorten ritmen werken samen. Het meest bekend is het waakslaapritme en het dagnachtritme. Het waakslaapritme wordt gestuurd door het vegetatieve deel van ons zenuwstelsel. Vroeger noemden we dat het onwillekeurige of autonome zenuwstelsel. Tegenwoordig weten we, dat we er wel degelijk invloed op kunnen uitoefenen. We kunnen het waakslaapritme doorbreken; denk maar aan nachtarbeid. Voor mensen die daarvoor gevoelig zijn, zijn nachtdiensten vaak uiterst onaangenaam. Dat het waakslaapritme nauw verbonden is met het dagnachtritme, zien we bijvoorbeeld bij kleine kinderen, die nog een zekere gevoeligheid hebben voor natuurlijke ritmen. Tegen de avond krijgen ze “kleine oogjes”. Dat wil zeggen de pupillen worden kleiner. Dit verschijnsel zien we wanneer het vegetatieve zenuwstelsel omschakelt van activiteit (dag) naar passiviteit (nacht). In mijn artikel over winterdepressie (DNUA nummer) noemde ik al de invloed van daglicht op onze stemming. Wanneer wij ze niet hinderen, besturen ritmen ons leven.

De jetlag is al even genoemd. Het betreft een verstoring van het biologische ritme door een zich snel, over grote afstand verplaatsen. Bijvoorbeeld door vliegreizen. Lichamelijk gaan we vliegensvlug op ons doel af. Onze innerlijke, biologische klok kan dit tempo niet bijhouden. Hoewel we misschien al aan de andere kant van de wereld zijn, reageert ons lichaam op een wijze alsof men nauwelijks van de plaats van vertrek verwijderd is. Verschijnselen als moeheid tot uitputting, concentratieproblemen en prikkelbaarheid kunnen voorkomen. In ieder geval ontstaan er problemen met het slapen. Hoewel het ingaan tegen natuurlijke ritmen voor iedereen nadelig is, zijn er individuele verschillen tussen mensen. Uit onderzoek is gebleken, dat avondmensen bijvoorbeeld, minder snel problemen zullen ondervinden dan ochtendmensen. Verder maakt het verschil of men richting het westen, met de zon meevliegt of dat men naar het oosten, tegen de zon in vliegt. In het eerste geval lijkt de belasting minder te zijn. Zo zien we weer duidelijk de samenhang tussen onze eigen biologische ritmen en die van de ons omringende ritmen. Niet bekend is nog, welke nadelen het negeren van ritmen op de lange termijn heeft. Een onderzoek met vliegen waarbij in het laboratorium een transatlantische vlucht werd nagebootst, leverde het volgende resultaat op. Een aantal vliegen werd blootgesteld aan een regelmatige wisseling van licht en donker en een gelijk aantal verkeerde onder omstandigheden waarbij iedere zes uur licht en donker elkaar afwisselden. De vliegen uit de eerste groep leefden gemiddeld 125 dagen en die uit de tweede groep 98. In hoeverre dit resultaat op mensen van toepassing is, is niet bekend. Het moet ons wel aan het denken zetten en we moeten ons vervolgens afvragen welke de prijs zou kunnen zijn voor de vrijheid die we nemen om dingen naar de hand te zetten.

Aangespoord door de reclames en gelokt door betrekkelijk lage prijzen, vliegen steeds meer mensen naar steeds verder gelegen oorden. Toch heeft nog niet iedereen te maken met jetlag en de nadelen ervan. Anders is dat met de zomer- en wintertijd. Besparing van energie was het politieke doel dat men voor ogen had. Gezien vanuit het oogpunt van het milieu, zou het een loffelijk streven kunnen zijn. Aan de besluitvorming evenwel, ligt een economisch principe ten grondslag. De omschakeling van zomer- naar wintertijd en omgekeerd, vraagt, zo zal inmiddels duidelijk zijn, telkens opnieuw een aanpassing van de innerlijke biologische klok. Uit Europese onderzoeken is gebleken dat geruime tijd na het overgaan op zomertijd koeien minder melk geven en kippen minder eieren leggen. In de Verenigde Staten is na onderzoek vastgesteld, dat in de eerste week na het ingaan van de zomertijd er aanzienlijk meer ongevallen plaatsvonden. Uit deze onderzoeken blijkt, dat zelfs geringe verschuivingen in de tijd, behoorlijk wat consequenties kunnen hebben. Het Max-Planck-Instituut in München heeft de ervaring opgedaan, dat sommige mensen zich binnen enkele dagen schijnen aan te passen aan de zomer- of wintertijd, terwijl anderen daar soms wel twee weken voor nodig hebben. De innerlijke biologische klok is nu eenmaal ingesteld op een geleidelijke overschakeling van het ene naar het andere seizoen. De biologische ritmen van de mens en de ritmen van de natuur, zijn, zo blijkt weer, nauwkeurig op elkaar afgestemd. Natuurlijk is zo gek nog niet! Stichting Natuurlijk Welzijn, uitgeefster van dit tijdschrift, heeft dat begrepen.

De belangrijkste tegenstellingen waartussen onze samenleving zich beweegt, zijn het gegeven

- dat de meeste mensen nog nooit zoveel tijd hadden als ooit tevoren en

- dat men nog nooit zoveel heeft geweten over algemene en biologische ritmen, terwijl men desondanks genadeloos daar tegenin gaat.

DE BIOLOGISCHE KLOK ……….. DE BETEKENIS VOOR HET INDIVIDU

Het vorige artikel betrof vooral een algemene beschouwing over de relatie tussen kosmologische en biologische wetmatigheden en de door de mens zelf gecreëerde indelingen van de tijd. We leven niet meer in harmonie, niet meer synchroon met natuurlijke ritmen. In het vorige artikel is al iets van de gevolgen aan de orde gekomen. De chronobiologie is de wetenschap die zich bezighoudt met dit soort vraagstukken. Binnen deze wetenschap zou ook een specialisatie moeten komen als chronogeneeskunde. Veel aandoeningen zijn relatief nieuw en kenmerkend voor onze manier van omgaan met onze tijd. Het zou meer perspectief bieden voor mensen met een burn-out, het chronisch vermoeidheidssyndroom, zelfs naar mijn vaste overtuiging RSI (muisarm) enzovoort. Momenteel worden ze vaak niet serieus genomen. Niet uit onwil, maar uit onbekendheid met mogelijke oorzaken waardoor ook een adequate behandeling uitblijft. Worden de klachten wel serieus genomen, dan is de aanpak regelmatig niet juist.

Hoewel de wisselwerking met het ons omringende heel belangrijk is, zelfs niet weg te denken, bedoelen we met de biologische klok, de klok die binnen in ons tikt. Met andere woorden het chronologische verloop van lichaamsprocessen. Het is de klok, die bij een jetlag bijvoorbeeld min of meer van slag raakt. De klok die weer in de pas moet gaan lopen bij het instellen van zomer- en wintertijd. Het is al een wonder op zich, dat de mens kennelijk een vermogen tot aanpassing heeft die redelijkerwijs niet te verklaren is. Hoewel deze in de praktijk individueel enigszins kunnen verschillen, zijn er wel degelijk grenzen aan de aanpassing. Ongestraft over deze grenzen heen gaan, is op den duur onmogelijk.

Hieronder wordt ingegaan op het verloop van de biologische klok. Om dit begrijpelijk te maken, moet ik gebruik maken van de door de mens ontwikkelde klok die de ons bekende tijden aangeeft. In de dierenwereld zou dat ondenkbaar zijn, maar wij kunnen niet anders meer. Bij de indeling van de tijden wordt geen rekening gehouden met zomer- en wintertijd. De belangrijkste omschakeling gebeurt ’s middags en ‘s nachts om circa 4 uur onder invloed van het vegetatieve zenuwstelsel, dat de functies aanstuurt die doorgaan wanneer we slapen of bewusteloos zijn. Het kent twee polen. De actieve pool is de sympaticus en de passieve de parasympaticus. De sympaticus overheerst overdag en de parasympaticus ’s nachts. ’s Nachts om ongeveer 4 uur schakelt het lichaam over van parasympaticus (slaap) naar sympaticus (werken). Het tijdstip waarop de agrarische bevolking vroeger uit bed kwam en aan het werk ging. Men leefde nog dichter bij de natuur en men liet zich intuïtief leiden door de innerlijke biologische klok. ’s Middags om 4 uur vindt een omgekeerde omschakeling plaats van actief naar passief. Het gezegde, dat de uren slaap vóór 12 uur dubbel tellen, heeft hiermee te maken. Uiteraard geldt dit nog steeds, ook voor degenen die ’s avonds en ’s nachts beginnen te leven. Een aantal mensen bemerken deze omschakeling, die ook wel worden aangeduid met nacht- en dagcrisis, doordat men omstreeks de genoemde tijden wakker wordt dan wel dat men ’s middags een “dip” ervaart.

Omstreeks de keerpunten is de gevoeligheid voor insuline het grootst; deze zou dus ’s nachts en ’s middags omstreeks 4 uur moeten worden gegeven. Mensen die daarvoor gevoelig zijn, zullen bijvoorbeeld merken, dat tussen 4 en 8 uur de slijmproductie door de slijmvliezen toeneemt. Dit manifesteert zich door een loopneus, niezen en hoesten met slijm opgeven. Later op de dag wordt het vanzelf weer minder. Laat men verder de natuur zijn gang gaan, dan vinden de meeste bevallingen plaats na 4 uur ’s nachts, met een piek om 5.30 uur, en ’s middags de minste. Tegenwoordig krijgen we een vertekend beeld doordat veel bevallingen worden ingeleid en zich richten naar de werktijden in de kliniek.

Om 6 uur ’s morgens begint de aanmaak van het hormoon cortisol, dat ons afweersysteem beïnvloedt. ’s Nachts wordt daarvan maar heel weinig door de bijnieren geproduceerd. De reden, dat veel mensen met allergische klachten, bijvoorbeeld astma, ’s morgens vroeg gemakkelijker een aanval krijgen. Vanwege de aanmaak van het hormoon cortisol, kunnen medicamenten met cortison (Predinison), wanneer die onvermijdelijk zijn, het beste ’s morgens tussen 6 en 7 uur worden genomen. Door aansluiting te zoeken bij de functie van de bijnieren, kunnen nadelige effecten van het medicament deels worden voorkomen. In ieder geval worden de bijnieren en de rest van het lichaam dan minder in verwarring gebracht.

Omstreeks 7 uur ’s morgens zien we een stijging van het bloedsuikergehalte (glucose) en van aminozuren (bouwstenen van eiwitten) in het bloed. Deze stoffen leveren de energie voor het werk van de komende dag. Een dosis adrenaline en noradrenaline uit de bijnieren zorgt ervoor, dat we in actie komen. Het is de tijd waarop de meeste mensen opstaan en inderdaad de dag beginnen. Veel mensen die een keer “een gat in de dag slapen” en dus het biologische signaal negeren, voelen zich de rest van de dag niet altijd even prettig.

Op de “wijzerplaat” van de biologische klok, vinden we ’s morgens vroeg de dikke darm (colon). Veel mensen gaan dan vrij snel na het opstaan naar de wc om zichzelf te “ontlasten”. Er zijn echter ook veel mensen die moeite hebben met de stoelgang. Veelal lijden ze aan obstipatie (verstopping). Een belangrijke oorzaak is het feit, dat mensen geen acht meer slaan op de innerlijke biologische klok. Ze wachten tot ze op enig moment aandrang krijgen en afhankelijk van het feit of het al dan niet gelegen komt, gaan ze naar de wc. Komt het ongelegen, dan wordt het gewoon uitgesteld tot een geschikter moment, meent men. We vinden dat bijvoorbeeld vaak bij onderwijzend personeel, die eenmaal in de klas, geen gelegenheid hebben om naar het toilet te gaan. Wanneer regelmatig het signaal van de biologische klok wordt genegeerd, dan geeft deze het mogelijk op en is de obstipatie een feit. De oplossing, die al veel mensen heeft geholpen, is om elke morgen na het opstaan vijf minuten op het toilet te gaan zitten. Niet persen, gewoon rustig zitten, de dikke darm zijn tijd gunnen. Komt de ontlasting, dan is dat prima; komt deze niet, dan is het ook goed. Morgen weer een nieuwe dag. Na kortere of wat langere tijd, zal het ontlastingpatroon automatisch worden ingesteld op de biologische klok. Denkt u nu niet, bij mij is dat niet het geval. Het is gebaseerd op universele wetten die voor iedereen gelden. Dus gewoon volhouden!

Een kosmologisch erg interessant fenomeen, is de maancyclus. De chronologie van de maanritmen sluit op heel veel punten aan bij de biologische klok en we kunnen daar ons voordeel mee doen.

Voor meer informatie: info@gezondbeterworden.nl

Telefoon 0543 565253