Digitaal tijdschrift  >  Risico siliconen implantaten

Risico siliconen implantaten


Siliconen nemen bezit van het lichaam. Siliconen zweven, ze verspreiden zich door het hele lichaam. Ze zijn te vergelijken met een waas van woestijnzand – pas als je de korrels bij elkaar zou vegen, zou je ze zien. Bij pathologisch onderzoek bij vrouwen zijn er siliconen in elk weefsel en elk orgaan gevonden. Een enkele keer verlaten deeltjes siliconen het lichaam via de huid. Er zijn ook vrouwen die “zandkorreltjes” in hun urine hebben gevonden. Over het algemeen echter, blijven siliconen in het lichaam. De moleculen zijn te groot om onder normale omstandigheden via het filtersysteem van de nieren te worden uitgescheiden.

Het grondbestanddeel van siliconen is silicaatgesteente (zand). Voor de vulling van protheses ondergaat dit een chemische behandeling waardoor er een substantie ontstaat die vergelijkbaar is met Bison Kit. Implantaten zullen als regel altijd doorzweten. Daardoor worden heel kleine deeltjes van die Bison Kit via de weefselvloeistof en het lymfatisch stelsel door het lichaam gedistribueerd. Bij het doorzweten gaat het om kleine hoeveelheden, maar als de implantaten ook nog gaan lekken, dan komt er zeker een overdosis siliconen in het lichaam. De uitwerking daarvan is vergelijkbaar met een flinke klodder Bison Kit op de vloerbedekking; het is niet meer schoon te krijgen.

Siliconen zouden veilig zijn, omdat ze inert zijn. Dat wil zeggen – niet werkzaam. Chemisch gezien klopt dit, maar biologisch gezien zijn siliconen wel degelijk werkzaam. Het is wetenschappelijk bewezen dat siliconen daardoor stoornissen in het lichaam kunnen opleveren. Bovendien zitten er door de chemische bewerking van silicaat naar siliconen, 39 chemicaliën en 8 zware metalen in de implantaten. Onder andere zijn dat tolueen, aceton, formaldehyde, benzeen, dichloormetaan en aan zware metalen barium, zilver, nikkel, chroom enzovoort. Nog niet geheel duidelijk is in hoeverre de chemicaliën en/of de siliconen verantwoordelijk zijn voor de stoornissen. Zelfs de zogenaamde veilige zoutwater-protheses zijn schadelijk. De waterzakjes zijn immers verpakt in een “enveloppe” van siliconen. Bovendien neemt het stilstaande water de temperatuur aan van het lichaam en vormt zodoende een prima voedingsbodem voor bacteriën en schimmels. De prothese is namelijk doorlaatbaar voor micro-organismen en bovendien kunnen ze al worden verontreinigd bij het vullen of bij het inbrengen tijdens de operatie. Lekkages kunnen dan zelfs dodelijke gevolgen hebben. Implantaten tenslotte, gaan geen leven lang mee. Ze moeten binnen 10 jaar worden vervangen ook al zijn er geen problemen met de gezondheid.

De siliconenziekte (Silicone Related Disease) is een aandoening die het immuunsysteem aantast. Vrouwen met deze aandoening kunnen een veelheid van symptomen hebben. Op reuma gelijkende, wisselende spier- en gewrichtspijnen, een slopende vermoeidheid, geheugenstoornissen, rugklachten, neurologische klachten, schildklier- en andere hormonale problemen, stoornissen van de alvleesklier, huidverdikkingen en allergieën. Veel kinderen, geboren na de implantatie, bleken dezelfde klachten van het afweersysteem te hebben als die van de moeder. Borstimplantaten hebben ook vaak een negatief effect op de melkproductie bij het geven van borstvoeding. Borstvoeding na implantatie, wordt dan ook ten sterkste ontraden. De klachten worden niet altijd door de artsen onderkend; ze worden zelfs wel ontkend. Krijgen vrouwen op latere leeftijd de klachten, dan wordt dit vaak aan de leeftijd geweten. De  klachten van jongeren zitten veelal tussen de oren volgens de artsen.

Gemiddeld worden er per jaar 3000 implantaten ingebracht. Binnen 5 jaren krijgt 26% van de vrouwen zodanige complicaties, dat opnieuw een operatie nodig is. De lokale complicaties als inkapselen, vervormen en verschuiven komen veelvuldig voor. Na 6 tot 8 jaren krijgen de meeste vrouwen wisselende, soms nog vage gezondheidsklachten. Vrouwen die implantaten krijgen zijn daar altijd blij mee. Ze denken op dat moment niet aan de eventuele gevolgen die dat kan hebben en een adequate en eerlijke voorlichting ontbreekt veelal. De voorgenomen registratie van de verschillende soorten implantaten blijkt verder niet te kloppen en zodoende is niet duidelijk wie welk implantaat heeft. Dit maakt de diagnose en de opsporing van mogelijke slachtoffers haast onmogelijk. Zo bleek bijvoorbeeld, dat in 1999 meer dan 10.000 siliconen implantaten zijn verkocht; in de registratie van door medici opgegeven behandelingen zijn deze niet terug te vinden (Medisch Contact).

Een bijkomend gevaar van implantaten is het kunnen scheuren door bijvoorbeeld mammografie. Volgens de radioloog D. Dronkers uit Velp, één van de grondleggers van het bevolkingsonderzoek, is het hoog tijd voor een betere voorlichting. Vrouwen zouden bij de uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek moeten worden gewezen op de gevaren en op het feit, dat het vaststellen van borstkanker bij implantaten niet met zekerheid kan gebeuren. Siliconen laten geen röntgenstralen door en je kunt dus niet zien wat er achter zit. Volgens Dronkers is preventief onderzoek naar kanker bij vrouwen met siliconenprotheses wel mogelijk. Met een speciale techniek moeten er dan van verschillende kanten, meerdere röntgenfoto’s worden gemaakt. Bij het bevolkingsonderzoek ontbreekt daarvoor de kennis en de tijd en daarom dient verwijzing naar het ziekenhuis plaats te vinden.

Voor meer informatie en het melden van klachten: www.svs-meldpuntklachtensiliconen.nl